Cognitieve gedragstherapie

Samenvatting

Cognitieve gedragstherapie is een therapiestroming die voortbouwt op verschillende domeinen van de psychologie zoals de leerpsychologie, cognitieve psychologie en de sociale psychologie. Met gedrag kan bedoeld worden wat kinderen doen, wat kinderen denken of wat kinderen voelen. Gedragstherapie maakt gebruik van een veelheid van therapeutische technieken gaande van omgaan met angsten, veranderen van negatieve denkpatronen, herschrijven van belevingen tot het trainen in verschillende vaardigheden zoals sociale vaardigheden, omgaan met emoties of agressie tot echter ook het werken met ouders of opvoeders (mediatie – therapie).

Meer info

Cognitieve gedragstherapie neemt als uitgangspunt het gedrag van het kind. Gedrag wordt hier in de brede zin geïnterpreteerd. Met gedrag kan bedoeld worden wat kinderen doen, wat kinderen denken of wat kinderen voelen. Gedragstherapie is een directieve vorm van therapie. Dit betekent dat de therapeut het kind en de mensen rond het kind sterk aanstuurt. Elke gedragstherapie volgt dan ook een gelijkaardig gedragstherapeutisch proces.
Een kind wordt aangemeld met een verscheidenheid aan problemen. Van deze probleemdomeinen wordt een klachtenanalyse gemaakt. In deze klachtenanalyse wordt er gezocht naar het concreet en meetbaar maken van het probleem, zijn oorsprong, het verloop en uitlokkende of beschermende factoren. Vervolgens worden de verschillende probleemdomeinen samengebracht in een voorlopige probleemsamenhang. Deze probleemsamenhang kan je beschouwen als een soort van puzzel.
De verbanden tussen de verschillende puzzelstukjes worden nagegaan via verschillende analyses (betekenisanalyse, functie – analyses, topografische analyse) of via aanvullend psychologisch onderzoek. 
Wanneer de verbanden zijn nagegaan wordt er tenslotte een holistische theorie opgesteld. Deze biedt een heldere en duidelijke verklaring waarom de huidige problemen bij het kind bestaan. Vanuit deze holistische theorie gaat men dan één of twee probleemdomeinen selecteren waarrond er gewerkt zal worden. De verwachting is dat als de behandeling succesvol is, de overige probleemdomeinen mee zullen veranderen. 

Gedragstherapie maakt gebruik van een veelheid van therapeutische technieken gaande van blootstellen aan angsten, veranderen van negatieve denkpatronen, herschrijven van belevingen tot het trainen in verschillende vaardigheden zoals sociale vaardigheden, emotie – regulatie of agressie – regulatie tot echter ook het werken met ouders of opvoeders (mediatie – therapie). Dit betekent daarom niet dat de oorzaak van het probleem van het kind bij de ouders of opvoeders ligt, maar eerder dat er vlugger resultaat kan geboekt worden door te werken met hen dan rechtstreeks met het kind.
Om te kunnen communiceren met kinderen worden er dan ook heel wat middelen gebruikt gaande van gesprek, spel tot meer creatieve vormen als knutselen of vrije expressie. In essentie dient het kind te komen tot nieuwe ervaringen die maken dat het succes ervaart met zijn nieuwe vorm van “gedrag” (denken, voelen of doen). Gedragstherapie kan dan ook individueel of in groep worden ingezet.
Gezien de nadruk ligt op het opdoen van nieuwe ervaringen wordt er veel gewerkt met huiswerkopdrachten. In het begin zijn dit eerder observatie – opdrachten, gaandeweg gaat dit naar meer doe – opdrachten om te leren hoe het kind bepaalde technieken ook in de thuissituatie of in de leefgroep kan toepassen.